Fase 1 Patriottische en ideologische heropvoeding



Patriottische en ideologische heropvoeding

Tot het uitbreken van de oorlog was de primaire taak van de concentratiekampen om, zoals dat heette, de tegenstanders van het Nazi-regime patriottisch en ideologisch te ‘heropvoeden’. Aanvankelijk werden talloze Duitsers, wier opvattingen of gedragingen op politiek, maatschappelijk, religieus of seksueel gebied met het nationaal-socialisme in strijd geacht werden, hier gevangengezet. In de praktijk ontaardden deze kampen echter in terreurinstituten waar politieke tegenstanders vernietigd werden.
In de eerste periode direct na de machtsovername door Hitler in 1933 gebeurde dat in ‘wilde concentratiekampen’, maar per decreet werd in 1934 bepaald, dat alleen de geheime staatspolitie (de Gestapo) mensen mocht opsluiten in ‘reguliere’ concentratiekampen. Overal in Duitsland werden ze opgericht. Dachau en Oranienburg in 1933, Sachsenhausen in1936, Buchenwald in 1937, en het vrouwenconcentratiekamp Ravensbrück in 1939.

Na het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog onderging het Duitse concentratiekampensysteem een enorme uitbreiding. Op steeds grotere schaal werden mensen om overtuiging, seksuele geaardheid of huidskleur naar concentratiekampen overgebracht.

mensen in ‘reguliere’ concentratiekampen

Ravensbrück 

fase 1

Hoewel de rol van vrouwen tijdens de Tweede Wereldoorlog minder zichtbaar was dan die van mannen, hebben vrouwen vanaf de eerste dag van het nazi-regime verzet gepleegd. Veel vrouwen werden tot langdurige gevangenisstraffen – en na 1937 ook ter dood – veroordeeld. Vrouwelijke bestuursleden van de communistische- en de sociaal democratische partij werden na het uitzitten van hun straf, maar zonder verdere veroordeling, in "Schutzhaft" genomen. Na 1935 werden ook andere groepen vrouwen zonder proces opgesloten. Hun aantal was echter zo groot dat de nazi-leiding besloot hen in een eigen kamp onder te brengen. Dat gebeurde in de loop van de zomer van 1933. In Moringen nabij Göttingen werd een Frauenschutzhaftlager” ingericht.

Na enkele jaren bleek dat Moringen niet groot genoeg was om het snel groeiende aantal vrouwelijke gevangenen op te nemen. Op 15 december 1937 werden vanuit Moringen 500 vrouwen overgeplaatst naar het grotere, tot dan toe als mannenconcentratiekamp functionerende Lichtenburg. Dat gold vanaf toen als het centrale vrouwenconcentratiekamp. Maar ook Lichtenburg kon de snelle stijging van het aantal gevangenen niet aan en zo besloot de nazi-leiding een nieuw vrouwenkamp in te richten, dat, met het oog op de oorlog te verwachten massale toestroom, duizenden vrouwen zou kunnen opnemen.

In november 1938 wordt begonnen met de opbouw van Ravensbrück en in 1939 komen de eerste vrouwelijke gevangenen.


<< Terug naar Historisch Overzicht



Contact Donaties Sponsers