Een scriptie schrijven?
Hoe ga je te werk?
Hoe ga je te werk?
Voor je begint moet je je afvragen waar je je aan moet houden, zoals:
- hoeveelheid te besteden tijd
- hoeveelheid te bestuderen literatuur
- omvang van de scriptie
- aard van het onderzoek
- vormaspecten
- begeleiding
- materiële en financiële mogelijkheden
Fase 1: Kies een onderwerp
Waarschijnlijk heb je al een keuze gemaakt en ben je daarom op deze website gekomen. De grootste fout die je kunt maken is een te breed onderwerp kiezen. Een leerling die een scriptie wil schrijven over 'De Tweede Wereldoorlog', zit niet op het juiste spoor. Het onderwerp is te breed.
“Ravensbrück” leent zich al beter voor scripties en werkstukken, maar ook daar kun je nog een verfijning aanbrengen.
Bedenk wel dat voor de verschillende vakken de invalshoek steeds een andere is. (Voor geschiedenis schrijf je een andere scriptie dan voor maatschappijleer.)
Het is goed om in deze fase ook te kijken of er voldoende goede bronnen voorhanden zijn.
Fase 2: De eerste verkenning.
Nu begint de eerste verkenning van het onderwerp en het zoeken naar bronnen. Alles wat je vindt en wat je aan ideeën te binnen schiet kun je noteren in een soort scriptie-dagboek. Je kunt in deze fase ook deskundigen of betrokkenen raadplegen, bijvoorbeeld oud-gevangenen of een e-mailtje naar de website. Vragen over het onderwerp kun je apart noteren. Deze vragen zijn goed bruikbaar bij het gericht zoeken in de bronnen.
Voordat je begint met het bestuderen van de bronnen en/of het uitvoeren van een onderzoek, kun je een overzicht maken van alle deelonderwerpen om vervolgens in de literatuur uit te zoeken wat en hoeveel hierover geschreven is.
Voordat je begint met het bestuderen van de literatuur en/of het uitvoeren van een onderzoek, kun je een overzicht maken van alle deelonderwerpen om vervolgens in de literatuur uit te zoeken wat en hoeveel hierover geschreven is.
Het is nog niet nodig de bronnen echt grondig te bestuderen. De bedoeling is om een indruk van het onderwerp te krijgen en de weg te vinden naar overige voor het onderwerp belangrijke bronnen. Wel is het zinvol aantekeningen te maken van de globaal gelezen teksten of in ieder geval bij te houden waar wat staat.
Blijkt dat het onderwerp te veelomvattend is, dan zul je beperkingen aan moeten brengen. Dit doe je door een bepaald aspect van het gekozen onderwerp eruit te lichten of te benadrukken.
Uiteindelijk kom je vanuit deze informatiefase tot een aantal ideeën voor de probleemstelling.
Fase 3: Formulering van de probleemstelling.
Door de formulering van de probleemstelling wordt het onderwerp ingeperkt. Vermijd dus altijd een vage of te brede probleemstelling. Geef duidelijk aan wat je gaat bespreken of wat je wel en gaat doen en waarom je dat doet.
Nadat de probleemstelling is geformuleerd, dus vóórdat je gericht onderzoek gaat doen, kun je alvast een globale inhoudsopgave maken.
Tips hierbij:
- feiten moeten duidelijk worden gescheiden van meningen en standpunten
- een eigen mening of beschouwing moet duidelijk als zodanig herkenbaar zijn
- conclusies kunnen beter apart behandeld worden
Zo weet je waar je naar toe werkt en je hebt overzicht over het geheel.
Fase 4: Verzamel en orden je gegevens.
Op een gegeven moment heb je een idee hoe je scriptie in elkaar gezet moet worden. Verzamel en rangschik de gegevens. Maak er later een verhaal van. (In feite is dat het uitschrijven van je scriptie.
Fase 5: Schrijf en trek je conclusies.
Begin niet met de inleiding, maar met een hoofdstuk, waarvan de inhoud je al duidelijk voor ogen staat. Welk antwoord heb je op grond van je literatuur en/of eigen onderzoek op de door jou geformuleerde probleemstelling? Geef hier ook je eigen mening of een reactie. Geef eventueel aan hoe je een en ander een volgende keer anders aan zou pakken etc..
Links naar “scriptie-sites”
www.leidenuniv.nl/bvdu/sz/so/scriptie.html
www.digischool.nl/gs/werkstukken.htm